Telefoon Post Risicobeheer   0592 265 165

WGA risicoperiode in wetsvoorstel verkort naar 5 jaar

WGA risicoperiode in wetsvoorstel verkort naar 5 jaar

De periode van eigenrisico dragen voor werkgevers die eigenrisicodrager zijn en de periode van premiedifferentiatie voor publiek verzekerden voor wat betreft de Werkhervattingsregeling gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) wordt verkort van 10 naar 5 jaar. De verkorting van de ‘WGA risicoperiode’ wordt gezamenlijk met een aantal verbeteringen in de premiesystematiek van UWV geregeld op het niveau van wet, besluit en regeling. Na inwerkingtreding van deze maatregel zullen werkgevers korter individueel belast worden voor de WGA lasten van hun
(ex-)werknemers. Dit betekent dat financiële risico’s voor werkgevers afnemen en zij minder bang zijn om personeel aan te nemen.

De maatregel uit het regeerakkoord waarin de regering de WGA risicoperiode wil verkorten is slechts één onderdeel uit een breder pakket aan maatregelen. Met het inkorten van de WGA risicoperiode wordt uitvoering gegeven aan het regeerakkoord waarin is opgenomen dat: “de periode waarvoor premiedifferentiatie geldt in de WGA, verkort {wordt} van tien jaar naar vijf jaar. Daarmee wordt voor alle werkgevers de periode waarover risico wordt gelopen in het geval een van hun werknemers arbeidsongeschikt wordt, aanzienlijk verkort.” Dit voorstel heeft betrekking op de verkorting van de periode waarin werkgevers verantwoordelijk zijn voor de financiering van de lasten en de re-integratie op grond van de WGA van 10 tot 5 jaar. Deze maatregel geldt zowel voor publiek verzekerde werkgevers als eigenrisicodragers voor de WGA. Dit houdt in dat zowel de periode van eigenrisico dragen voor werkgevers die eigenrisicodrager zijn, als de periode van premiedifferentiatie voor publiek verzekerden wordt verkort.

Voor werkgevers die eigenrisicodrager zijn geldt dat de re-integratieverantwoordelijkheid die de werkgever voor zijn (ex-)werknemers heeft na 5 jaar naar UWV gaat. Voor publiek verzekerde werkgevers blijft de re-integratieverantwoordelijkheid tijdens de looptijd van de WGA uitkering bij het UWV. De kosten na deze 5 jaar worden collectief door de werkgevers gedragen. Door de verkorting van de WGA risicoperiode vindt er voor alle werkgevers dan ook een verschuiving plaats van individuele lasten naar collectieve lasten.

Het recht op een WGA uitkering is gekoppeld aan de eerste wachtdag die door de periode van loondoorbetaling (of ZW uitkering) doorgaans 2 jaar voor de WGA uitkering ligt. Voor werknemers van wie de eerste wachtdag op of na 1 januari 2020 is gelegen wordt de werkgever 5 jaar (financieel) verantwoordelijk. Voor werknemers van wie de eerste wachtdag vóór 1 januari 2020 is gelegen blijft de werkgever 10 jaar (financieel) verantwoordelijk. Dit betekent dat WGA uitkeringen van (ex-)werknemers die hun eerste wachtdag vóór 1 januari 2020 hebben nog tot en met 2031 worden gebruikt in de premieberekening van de betreffende werkgever.

De verkorting van de WGA risicoperiode heeft ook consequenties voor de financiering van de WGA. De eerste 10 jaar van de WGA wordt nu gefinancierd vanuit de Werkhervattingskas (Whk). De premie voor Whk wordt lastendekkend vastgesteld. Door deze maatregel wordt de periode tot 5 jaar verkort waarin WGA lasten vanuit de Whk worden gefinancierd. Een werkgever die eigenrisicodrager voor de WGA is betaalt de WGA premie voor de Whk niet, maar financiert deze WGA lasten zelf of verzekert ze bij een private verzekeraar. De overige 5 jaar die oorspronkelijk uit de Whk of door eigenrisicodragers werden gefinancierd zullen door de invoering van deze maatregel vanuit het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) worden gefinancierd.

De wijzigingen hebben diverse effecten op de publieke en private premies. Verkorting van de WGA risicoperiode tot 5 jaar heeft zowel effect op de publieke als de private WGA premies. De regering vindt het daarom gewenst dat werkgevers bij inwerkingtreding van deze maatregel ook een nieuwe keuze kunnen maken tussen publieke verzekering bij UWV, of eigenrisicodragerschap al dan niet met een private verzekering. Via dit wetsvoorstel beoogt de regering te regelen dat iedere werkgever éénmalig de mogelijkheid krijgt om vóór afloop van de driejaarstermijn vanuit de publieke verzekering bij UWV over te stappen naar eigenrisicodragerschap.

Om ervoor te zorgen dat eigenrisicodragers met een private verzekering na inwerkingtreding van de maatregel ook een nieuwe afweging kunnen maken, is het van belang dat zij niet aan een lopend contract worden gehouden op de private verzekeringsmarkt. Het Verbond van Verzekeraars vraagt haar leden om werkgevers te faciliteren indien zij ondanks een lopend contract een andere keuze willen maken over de wijze waarop zij het arbeidsongeschiktheidsrisico willen verzekeren.

De beoogde inwerkingtredingdatum van dit wetsvoorstel is gelijk aan de beoogde inwerkingtredingsdatum van de verkorting van de WGA risicoperiode (1 januari 2020). Voor werkgevers die voor 1 januari 2020 zijn overgestapt van eigenrisicodragerschap naar de publieke verzekering zal de driejaarstermijn vervallen. Voor werkgevers die op of na 1 januari 2020 overstappen geldt de driejaarstermijn wel. Die werkgevers hebben immers bij hun keuze al rekening kunnen houden met de effecten van de inkorting van de WGA risicoperiode.

Dit wetsvoorstel bevat ook een wijziging die verband houdt met de berekening van de gedifferentieerde premie in de WGA en de ZW. Voorgesteld wordt om het rekenpercentage te laten vervallen. De functie van het rekenpercentage wordt overgenomen door het gemiddelde percentage.

Door de verkorting van de WGA risicoperiode vindt er voor alle werkgevers een verschuiving plaats van individuele lasten naar collectieve lasten. Dit geldt zowel voor werkgevers die publiek verzekerd zijn als voor werkgevers die eigenrisicodrager zijn. In het regeerakkoord is rekening gehouden met een vermindering van de financiële prikkel voor werkgevers om hun WGA lasten te beperken. Het verkorten van de risicoperiode leidt daarom naar verwachting tot minder inspanningen van de werkgever en daarmee tot hogere WIA lasten. Deze extra lasten leiden tot een hogere Aof premie voor werkgevers die niet voortkomt uit of resulteert in een daling van een andere premie.

Werkgevers die voor 1 januari 2020 zijn overgestapt van eigenrisicodragerschap voor de WGA naar de publieke WGA verzekering bij UWV zijn door dit wetsvoorstel eenmalig niet gebonden aan de driejaarstermijn. Zij hebben daardoor de mogelijkheid een nieuwe keuze te maken voor eigenrisicodragerschap of de publieke verzekering. Door het vervallen van het rekenpercentage voor de WGA en ZW zullen werkgevers op macroniveau dezelfde premie blijven afdragen, alleen voor individuele werkgevers kan de premie in geringe mate hoger of lager uitvallen. Dit effect is ten hoogste één tiende procentpunt. Dat effect valt echter weg in de reguliere jaarlijkse bewegingen in de WGA en ZW premie.